


Recensie: A.L. Snijders - Vijf bijlen (AFdH Uitgevers, 2009; 650 pag., 44,50 euro)
Afgelopen seizoen kwam een nieuw boek uit van A.L Snijders, pseudoniem van Peter Müller, of is beter te zeggen: een verse verzameling verhalen van zijn hand verscheen? Vijf bijlen bevat namelijk alle zeer korte verhalen (oftewel zkv’s) die de in Lochem woonachtige voormalige leraar van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008 geschreven heeft in precies de volgorde van optekening. Sommige zijn niet langer dan een alinea of twee, andere beslaan enkele pagina’s van het fiks dikke boek (ruim 650 pagina’s).
Door het ontbreken van een duidelijke verhaallijn in het boek en niet zelden zelfs ook in een afzonderlijke zkv, valt het werk van Snijders redelijk buiten de veronderstelde smaak van het gemiddelde romanpubliek. Het boek staat vol onduidelijke, misschien zelfs onsamenhangende stukjes tekst die elk iets weg hebben van dagboekfragmenten, schetsjes, essays, filosofische verhandelingen of hapjes dagelijks leven van iemand met wie we niet bevriend zijn.
Snijders zelf lijkt de aard van zijn zkv’s toe te lichten als hij op pagina 29 van Vijf bijlen spreekt over een door hem gelezen en gewaardeerd genre boeken: essays. '’Het is een Frans woord,’' zeg ik, '‘het betekent poging, de schrijver probeert iets en de lezer moet hem volgen, dat is vaak moeilijk, je kan geen lange stukken lezen, je moet steeds stoppen om na te denken, soms heb je plezier, soms erger je je, essays lees je hortend en stotend.’' De bediende vraagt wat je er aan hebt. '‘Niks,’' zeg ik, '‘het is tijdverdrijf.’'
Maar niet alle lezers willen hun tijd verdoen met getwijfel; zij willen een duidelijke, strakgespannen lijn die hen van de eerste naar de laatste pagina voert. Voor hen is dit boek niet bedoeld.
Voor wie in is voor wat meer experimenteerdrift is het bewonderenswaardig om te zien hoe de schrijver zich zo duidelijk aan zijn eigen schrijfstijl houdt en zich weinig gelegen laat liggen aan bijvoorbeeld conventionele afscheidingen in (literaire) genres als de roman en essayistiek. Snijders wordt daardoor niet alleen de grondlegger van wat soms wordt gezien en gepresenteerd als een ‘nieuw literair genre’, maar vooral de auteur van bijzonder ‘materiaal’ dat bovendien een actieve leeshouding bij de lezer afdwingt. Tijdverdrijf misschien, maar wel van het meer inspirerende soort.