


Recensie: Paarse dingen - Frans Kusters (De Bezige Bij, 2009, 160 blz., € 18,90)
De Welse dichter Dylan Thomas schreef ooit dat een recensie nooit over het gerecenseerde werk moet gaan, maar altijd over de recensent zelf en dat deze het koste wat het kost moest vermijden uit het werk te citeren.
Welnu, over mij dan: ik krijg veel te veel boeken aangeraden. Je kent dat: goedbedoelende vrienden willen hun (schrijvers)vriend iets aan de hand doen waar ze echt weg van zijn. Meestal knik ik instemmend op leessuggesties en vergeet ik ze meteen weer. Mijn boekenkast is vol genoeg. Ten tweede is er het gevaar dat de schrijver zo goed is, dat het verlamt: dat je denkt dat je zo goed toch nooit kunt schrijven.
Hoewel ik dus mijn best doe om zo veel mogelijk suggesties te vergeten, blijft er door hardnekkigheid van de aanraders wel eens een naam hangen. Frans Kusters is zo’n naam die me al een hele tijd achtervolgt. Het werd me aangeraden door mijn baas, mijn vrienden, hoogleraren en uiteindelijk kwam de vraag of ik een bundel van Kusters wilde recenseren, Paarse dingen.
Wat ik van Kusters wist, is dat hij gerust een writers’ writer genoemd mag worden; een schrijver die vooral door andere schrijvers bewonderd en gelezen wordt, maar zijn slag naar het grote publiek niet weet te maken. Het is altijd geweldige literatuur, maar soms is ze onleesbaar, en soms is ze dus zo verlammend dat je zelf amper nog een pen durft vast te houden.
Paarse dingen is geen van beide. Het is een uiterst leesbaar boek en het stimuleert alleen maar om zelf te schrijven. Dat komt omdat het schrijfplezier van elke pagina spat. Elke zin in dat boek is een ‘ja’ en elk verhaal een klein feest.
Op het eerste gezicht lijkt Kusters zo’n schrijver die zijn verhalen ‘dicht bij huis’ houdt en misschien doet hij dat ook wel: zijn verhalen spelen op rechtenfaculteiten, in Nijmegen en zijn nabije omgeving en vaak lijkt er een rol weggelegd voor een personage dat waarschijnlijk Frans Kusters heet.
Hij weet elk verhaal echter zo’n draai te geven, dat het elke persoonlijke anekdote overstijgt. Niet zelden nemen zijn verhalen een onverwachte, naar het absurde neigende wending en moet je na afloop de gang van zaken nog eens rustig reconstrueren. Hoe dan ook: aan het einde van elk verhaal ben je ergens anders dan waar je begon, heb je het idee dat je wat hebt meegemaakt.
Voorop blijft echter het plezier staan dat in de teksten zit. Wat je ook meeneemt na het lezen van Paarse dingen: dat schrijfplezier dat erin zit, vergeet je niet snel. Het is dan ook onbegrijpelijk dat Kusters niet een van de meest bejubelde schrijvers van Nederland is. Het feit dat hij echter een writers’ writer is, hoeft niet betreurd te worden: Kusters heeft misschien daardoor wel een eigen stem ontwikkeld, een die herkenbaar is, zonder zich steeds van dezelfde trucjes te bedienen. En juist omdat hij onder het grote publiek niet zo bekend is, kunnen we het gevoel hebben dat we een geheim delen.
Omdat ik dan toch het eerste deel van Thomas’ advies in de wind heb geslagen, lijkt het me passend om de recensie ook met een citaat af te sluiten:
'De dirigent hoort de hele dag de prachtigste muziek die niemand anders horen kan. En ook ’s nachts klinkt de muziek. Maar ze verstomt voorgoed, als hij niet dirigeert. Daarom dirigeert de dirigent. Omdat de muziek anders verloren gaat.'